Menu

Persbericht

dinsdag 21 mei

Reactie NVSHA op het artikel in de Volkskrant van 6 mei jl. ‘Medische wereld botst over spoedzorg ouderen’.

De Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp artsen (NVSHA) herkent zich in de zorgen die de Vereniging van Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen (SAZ) uit in het artikel ‘Medische wereld botst over spoedzorg ouderen’ in de Volkskrant van 6 mei.

De NVSHA is een van de 11 partijen die heeft meegeschreven aan het nu ingediende kwaliteitskader spoedzorgketen. Voor de NVSHA staat centraal dat we de spoedzorg in Nederland willen verbeteren door meer samenwerking in de keten te bevorderen. Speerpunten zijn ‘de juiste zorg op de juist plek’ en ‘het juiste personeel aan de poort’.

Standpunt NVSHA

De NVSHA vindt het van essentieel belang dat ál het personeel op de SEH voldoende ervaring en opleiding heeft. In het kwaliteitskader wordt gesteld dat er op iedere SEH-afdeling bij voorkeur een SEH-arts KNMG aanwezig moet zijn of een medisch specialist die essentiële aanvullende cursussen heeft gevolgd. Als dat niet mogelijk is moet er altijd een arts met minimaal één jaar relevante werkervaring beschikbaar zijn. Patiënten mogen er immers van uitgaan dat er ervaren artsen op een SEH aanwezig zijn. Artsen die de juiste zorg kunnen bieden of betrekken. Het vereist ervaring in de acute zorg om te kunnen vaststellen of een onschuldig lijkende klacht een mogelijke voorbode is van een ernstige complicatie of ziekte die onmiddellijke behandeling vergt.

Afwijkend standpunt Federatie Medisch Specialisten

Minimaal één jaar relevante werkervaring is verplicht gesteld in het nu voorliggende kwaliteitskader. Alle partijen – op één na – hebben met deze kwaliteitsverbeteringsnorm ingestemd. De Federatie Medisch Specialisten (FMS) neemt een afwijkend standpunt in. De FMS wil onervaren artsen sneller in kunnen zetten. Het vergroten van hun theoretische kennis zou toereikend zijn. De FMS meent zo voldoende waarborg voor adequate zorg te kunnen bieden. De NVSHA en de overige negen organisaties die meeschreven aan het concept kwaliteitskader, zijn het daarmee niet eens.

NVSHA-bestuurslid David Baden zegt hierover: ‘Wij verschillen op dit punt van mening met de FMS. In het geval van spoedeisende hulp is het van essentieel belang dat direct bij binnenkomst van een patiënt wordt vastgesteld welke zorg nodig is. Artsen met ervaring op een SEH zijn getraind in het snel onderkennen van de zorg die onmiddellijk nodig is’.

Baden: ‘De zorg op een SEH is complex. Wij als NVSHA vinden dat beginnende artsen juist meer tijd moet worden gegund om kennis en praktijkervaring op te doen. Onervaren artsen op een SEH-afdeling moeten - óók na een jaar werkervaring - worden gesuperviseerd door een SEH-arts KNMG of door een medisch specialist die relevante cursussen heeft gevolgd’.

Oudere patiënten op een SEH

Een voorbeeld van de complexiteit in de spoedzorg is de oudere patiënt op de SEH. Zij lijden vaak aan meerdere chronische ziektes. Deze kunnen een acuut probleem geven waardoor directe behandeling noodzakelijk is. Of – als er sprake is van een nieuwe acute aandoening – kunnen de chronische ziektes de behandeling ervan lastiger maken.

De combinatie van een generalistische blik met expertise op acuut gebied is voor de NVSHA een belangrijk aandachtspunt. Voor de (groeiende) groep ouderen zou deze expertise altijd beschikbaar moeten zijn. Dat kan alleen door de persoonlijke aanwezigheid van een SEH-arts of een medisch specialist met relevante aanvullende scholing.

Norm ouderen FMS ontoereikend

De NVSHA bepleit extra aandacht voor deze kwetsbare groep door de directe aanwezigheid van voldoende ervaring. Ze is het oneens met de norm die de FMS voor de groep ouderen bepleit - het binnen 30 minuten telefonisch kunnen raadplegen van een medisch specialist ouderengeneeskunde en de eis dat hij/zij binnen twee uur in het ziekenhuis aanwezig kan zijn – en staat in schril contrast met de door de NVSHA bepleite situatie. Het oproepen van een medisch specialist in de ouderengeneeskunde – dat zijn wij eens met de SAZ – leidt tot onnodig hoge kosten. Kosten die niet hoeven worden gemaakt als er een SEH-arts KNMG op de SEH aanwezig is. Daarnaast is er nogal een verschil tussen een telefonisch consult waarin de specialist moet afgaan op de bevindingen van degene die belt en een ervaren arts die iemand zelf kan zien en spreken. Zeker als je in aanmerking neemt dat de beller wat betreft de FMS een onervaren arts mag zijn.

Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen

De NVSHA is het eens met mevrouw Kruizinga dat ‘nog meer regels en nog meer richtlijnen het systeem kapot maken als je niet ook gaat werken aan duurzame oplossingen voor de spoedzorg’.

De NVSHA pleit er ook voor dat richtlijnen vanuit de spoedeisende geneeskunde zélf worden geformuleerd. De ontwikkeling ervan door specialisten uit een ander deelgebied van de geneeskunde, gaat ten koste van de samenhang met andere richtlijnen. De nagestreefde kwaliteitsverbetering wordt daardoor bemoeilijkt en er worden kosten gemaakt zonder dat patiënten verbeteringen ervaren.

Tot slot

De NVSHA is van mening dat het huidige kwaliteitskader zoals nu ingediend en ondersteund door 10 van 11 partijen voor een forse kwaliteitsverbetering zorgt in de acute zorg. Het biedt voldoende speelruimte aan de ziekenhuizen om de zorg zelf in te richten met in achtneming van de financiële ruimte en mogelijkheden. Op één onderdeel verschillen we van mening met de Federatie Medisch Specialisten: de aanwezigheid van een SEH-arts KNMG op de SEH is veruit te prefereren boven het telefonisch raadplegen van een specialist en de eis dat deze binnen twee uur in het ziekenhuis aanwezig kan zijn.

_______________________________________________________________

Noot voor de redactie

Voor nadere informatie of contact met David Baden, voorzitter van de Richtlijn Commissie en bestuurslid van de NVSHA kunt u contact opnemen met Mireille van Velde via m.vanvelde@zeilstra-en-partners.nl of 06-124 09 669.

Deel dit via: Naar nieuwsoverzicht
Sluiten
X Zoek