Menu

Dubbellidmaatschap NVSHA / LAD

woensdag 25 september

SEH-arts nadrukkelijker in beeld

SEH-artsen die lid zijn van de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA) stemden in juni voor een dubbellidmaatschap met de LAD. Dat betekent dat de LAD vanaf 2020 de belangen van alle 700 SEH-artsen (ook degenen in opleiding) gaat behartigen. “We willen onze beroepsgroep nadrukkelijker positioneren”, zegt SEH-arts KNMG en NVSHA-bestuurslid Pol Stuart.

Het is nog stil op de SEH in het Franciscus Gasthuis & Vlietland in Schiedam, dus Stuart heeft volop tijd voor een fotoshoot. Als de fotograaf hem vraagt waarom hij voor dit vak heeft gekozen, kijkt hij om zich heen, wijst naar de patiënten-wachtruimte en zegt: “Nou, dit hè. Nu is het rustig, maar straks kan het hier helemaal vol zitten. Je weet nooit wat er gebeurt, geen dag is hetzelfde.”

Het is precies de reden waarom hij bijna twintig jaar geleden voor het vak koos. “Wat hier aan patiënten binnenkomt, varieert in alle opzichten: van jong tot oud, van lichte tot complexe klachten. Patiënten hebben acuut hulp nodig, dat maakt het werk heel laagdrempelig.”

Jong vak

Hoewel de spoedeisende hulp al jarenlang bestaat, is het ‘vak’ van SEH-arts nog jong: pas in 1999 ging de opleiding formeel van start. “In het verleden lag de focus nooit op de SEH”, meent Stuart. “De jongste bedienden stonden ‘aan de poort’, ik weet nog dat er letterlijk werd gevraagd: “Wie doet vandaag de SEH?” Er werd bijna luchtig over gedaan, alsof je alleen mensen met een verzwikte enkel behandelt. Natuurlijk zitten die ertussen, maar je ziet ook patiënten met een hartaanval of complexe aandoeningen. Je moet dan stevig in je schoenen staan en over voldoende bagage beschikken om adequaat te handelen. Het was in mijn ogen echt nodig dat het vak werd erkend en geprofessionaliseerd.”

Bedreigend

Stuart was een van de eerste studenten in opleiding. Het was geen makkelijke start, herinnert hij zich. “Voorheen werd een patiënt gezien door een arts-assistent en besproken met een medisch specialist die veelal niet op de SEH aanwezig was; toen zaten wij er ineens tussen om te roepen dat we er verstand van hadden. Dat was bedreigend en even zoeken.”

Gelukkig is er in twintig jaar tijd veel veranderd. “Het vertrouwen is langzaam gegroeid en onze toegevoegde waarde wordt nu breed gezien. In de beginjaren was het niet vanzelfsprekend dat een SEH-arts in de medische staf zit; intussen is dat heel normaal. Bovendien vervullen SEH-artsen de rol van opleider en medisch manager.” De ambitie van de NVSHA is dat de spoedeisende geneeskunde een medisch specialisme wordt. “Dat zou in onze ogen een logische erkenning zijn voor ons vak.”

Stevige stem aan cao-tafel

Volgens Stuart is de SEH-arts binnen ziekenhuizen intussen ‘ingeburgerd’, maar is in de positionering nog wel het nodige te winnen. “Dat is ook de reden waarom we met de LAD zijn gaan praten. Het merendeel van de SEH-artsen is lid van de NVSHA, maar nog niet iedereen is lid van de LAD. Het leek ons goed als de LAD alle SEH-artsen vertegenwoordigt, zodat onze belangen ook nadrukkelijker kunnen worden meegewogen aan de cao-tafel.”

LAD-directeur Caroline van den Brekel beaamt dat het aan cao-tafels inderdaad zo werkt. “Hoe meer leden je vertegenwoordigt, hoe meer invloed je hebt. De afgelopen jaren hebben we voor diverse groepen artsen belangrijke stappen gezet als het gaat om positionering, zoals in algemene ziekenhuizen en, recent nog, in de ggz met het realiseren van medische staven in de cao. We willen straks ook kijken hoe we SEH-artsen als beroepsgroep nadrukkelijker in positie kunnen brengen.”

Pol-foto-LAD

Werkdruk en duurzame inzetbaarheid

Op de vraag waar de LAD en de NVSHA elkaar kunnen versterken, antwoordt Van den Brekel dat er in het terugdringen van de werkdruk en duurzame inzetbaarheid nog veel te winnen is. “De LAD participeert via Stichting IZZ in een project om de werkdruk op de SEH te verminderen. Het aantal burn-outgevallen is hoog en de uitstroom begint al op jongere leeftijd dan voor andere functiegroepen. We moeten goed kijken hoe we alle SEH-artsen, van jong tot oud, duurzaam kunnen blijven inzetten.”

Stuart is het daarmee eens. “We willen bijvoorbeeld een goede regeling voor de hersteltijd na avond- en nachtdiensten, maar ook voor de inrichting van ons rooster. Als je de cao volgt, kun je met 7,5 fte een 24 uur-rooster draaien, maar in ons vak is dat lastig. In die 24 uur moeten wij ook echt 24 uur patiëntenzorg kunnen leveren, waardoor er geen tijd over is voor andere zaken, zoals administratie of opleiden. Vanuit de NVSHA hebben we daarom de Richtlijn Workforce opgesteld, die handvatten biedt voor gezond en veilig roosteren.”

Persoonlijk zou Stuart ook het continurooster anders willen inrichten. “Ons vak is dankbaar en uitdagend, maar geestelijk ook heel inspannend. Formeel moeten wij 24 uur per dag beschikbaar zijn en ook ’s nachts wakker blijven. Ik merk echter dat ik na een powernap van een minuut of 20, als de drukte dat toelaat, veel scherper ben. Je kan daarmee in mijn optiek dus de patiëntveiligheid en je productiviteit vergroten. Samen met de LAD willen we straks gerichter naar dat soort dilemma’s kijken.”

Tijdens de Algemene Ledenvergadering van de NVSHA in juni hebben de leden ingestemd met een dubbellidmaatschap tussen de NVSHA en de LAD. Dat betekent dat SEH-artsen (in opleiding) die lid zijn van de NVSHA vanaf 1 januari 2020 ook lid worden van de LAD (tenzij ze dat niet willen). Ze worden daar dit najaar door de NVSHA nader over geïnformeerd.

Individuele voordelen

Volgens LAD-directeur Van den Brekel heeft het dubbellidmaatschap ook op individueel niveau veel voordelen voor SEH-artsen. “Ieder lid kan voor 20 uur per jaar kosteloos een beroep doen op juridische rechtshulp, bijvoorbeeld als je in een arbeidsconflict, lastig re-integratietraject of opleidingsgeschil belandt.” Stuart is blij met dat vangnet. “Natuurlijk gaat niemand ervan uit dat je uitvalt, maar als het wel aan de orde is, is het fijn dat de LAD er voor je is.”

Tekst Marjolein Dekker
Foto Ivar Pel

Deel dit via: Naar nieuwsoverzicht
Sluiten
X Zoek