Menu

Persbericht: Veel jonge kinderen vuurwerkslachtoffer

dinsdag 31 december

Veel jonge kinderen op de Spoedeisende Hulp door vuurwerkongelukken

Grondbloemen en vuurpijlen voornaamste oorzaak letsel in de groep tot 9 jaar

De afgelopen dagen zien de SEH-artsen weer dagelijks vuurwerkslachtoffers. Zorgwekkend is de dalende leeftijd: bij de vorige jaarwisseling was een kwart van de slachtoffers onder de 15 jaar.

‘Voor de rest van je leven verminkt door iets wat leuk en feestelijk had moeten zijn, het is diep triest’, aldus Annemarie van der Velden, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulpartsen en SEH-arts in het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordtrecht.

Van der Velden: ‘De NVSHA maakt zich zorgen en vraagt om meer op kinderen gerichte voorlichting. Maar laten we vooral ook de ouders niet vergeten. Die hebben een belangrijke rol. Ze laten kinderen toch ook niet met wapens of giftige stoffen spelen? Maar niet alleen kinderen lopen risico, ook ouderen. De NVSHA is dan ook voorstander van een volledig verbod op vuurwerk.

Leeftijdscategorieën, de feiten

  • De jongste leeftijdsgroep op de SEH (0-9 jaar) liep relatief veel letsel op door grondbloemen en vuurpijlen. De grondbloemen waren verantwoordelijk voor 14 % procent van de verwondingen en 14% werd veroorzaakt door vuurpijlen. Ook sterretjes leverden veel brandwonden op.
  • De leeftijdsgroep 10-14 jaar liep relatief vaak letsel op door vuurpijlen, single shots en rotjes/kanonslagen.
  • Van jongeren in de leeftijdscategorie 15-19 jaar raakte 22% gewond door vuurwerk waarin nitraat is verwerkt waardoor er een extra hard knaleffect ontstaat.
  • In de hogere leeftijdsgroep - 20 jaar of ouder - waren cakeboxen, sierpotten/fonteinen en vuurpijlen de grootste oorzaak van ongevallen. Ook nitraten leidden nog tot relatief veel letsel in de groep 20-39 jaar.

Onvoorzichtig gedrag

  • Letsel door grondbloemen ontstond vaak door onvoorzichtig gedrag: vanuit de hand afsteken (55%) of vuurwerk die in de kleding (31%) terecht kwam, in bijna alle gevallen door stunten (gooien) of onvoorzichtigheid.
  • Ongevallen met rotjes/kanonslagen werden vooral veroorzaakt door stunten (43%) en uit de hand afsteken (32%).
  • Vuurpijlen gaan niet altijd recht omhoog. Ca. 45% van het letsel – ook van omstanders – was te wijten aan vuurpijlen. Ongeveer een op de tien ongelukken kwam door stunten.
  • Brandwonden bij de jongste kinderen kwamen vaak door sterretjes. Die werden of vastgepakt of kinderen kregen ze tegen zich aan.
  • Omstanders maken 40% uit van het aantal vuurwerkslachtoffers.
  • Ruim vier op de tien ongevallen werd veroorzaakt door het gedrag van de afsteker. Denk aan het gooien met vuurwerk, het uit de hand afsteken, te weinig afstand houden of illegaal vuurwerk afsteken.
Deel dit via: Naar nieuwsoverzicht
Sluiten